Heeft de paus het niet geweten?

Friesch Dagblad, 4 februari 2009

Nu ook bisschoppen en kardinalen hun verbijstering uitspreken over het opheffen van de excommunicatie van de vier Lefebvre-bisschoppen, onder wie Holocaustontkenner Richard Williamson, is het terugkerende refrein: de paus heeft zelf vast niet geweten van het anti-judaïsme van Williamson en consorten. Misschien heeft een of andere medewerker van de paus zijn werk niet goed gedaan, zo vergoelijkte bisschop van Luyn in Kruispunt-TV. En toen de media zijn uitspraken toch opvatten als kritiek op de paus zelf, werd dit dinsdag door de Nederlandse bisschoppen met kracht ontkend: de bisschoppen staan pal achter de paus.

Maar wat zijn de feiten? In 1988, twee dagen na de schismatieke wijding van de vier bisschoppen door aartsbisschop Lefebvre, heeft paus Johannes Paulus II een commissie ‘Ecclesia Dei’ ingesteld voor het op verzoening gerichte gesprek met de aanhangers van Lefebvre. Wie maakte er in de laatste jaren deel uit van die commissie? Juist ja, kardinaal Ratzinger, de huidige paus. Hij was al vóór de wijdingen in 1988 als speciaal gezant van paus Johannes Paulus II naar Lefebvre gestuurd, in een ultieme poging hem van de wijdingen te doen afzien. In 2001 werd hij aan de commissie toegevoegd en hij is lid gebleven tot hij in 2005 tot paus werd gekozen. Zou in die vier jaar nooit de houding van de Lefebvre-aanhangers tegenover het jodendom ter sprake zijn gekomen? Of heeft Ratzinger in die commissie vier jaar zitten slapen? Van een man als Ratzinger, berucht om zijn dossierkennis, kan ik niet geloven dat hij niet geweten heeft hoe in de kringen rond Lefebvre over joden gesproken wordt.

Bovendien: de excommunicatie die de vier bisschoppen in 1988 opliepen door hun onwettige wijding, is in het rooms-katholieke kerkelijk recht een zogenaamde verbeteringsstraf (‘censura’). Die straf, bijvoorbeeld voor geloofsafval of het verkondigen van dwalingen, kan opgeheven worden als de grond voor de straf is weggenomen doordat de bestrafte duidelijke signalen van verbetering heeft gegeven. Iemand kan bijvoorbeeld dwalingen herroepen. In het geval van die vier bisschoppen is daar echter geen sprake van. Hun bisschopswijding is niet ongedaan gemaakt, al blijft de uitoefening van dat ambt in de rooms-katholieke opvatting voorlopig opgeschort (zij blijven, zoals dat heet, ‘gesuspendeerd’), en er is ook geen enkel signaal dat de vier bisschoppen en hun aanhang de besluiten van het Tweede Vaticaans Concilie gaan erkennen. Integendeel, zij roepen nu zelfs dat zij door de opheffing van de excommunicatie de kans krijgen Rome te gaan bekeren van zijn conciliedwalingen. De opheffing van de excommunicatie is kennelijk carte blanche verleend.

De commissie ‘Ecclesia Dei’ wordt sinds 2000 voorgezeten door kardinaal Darío Castrillón Hoyos, die als secretaris-generaal van de bisschoppenconferentie van Latijns Amerika van 1983 tot 1991 een fel tegenstander van de bevrijdingstheologie was. Hij heeft een grote rol gespeeld in de veroordeling in 1985 – door Ratzinger - van de franciscaanse bevrijdingstheoloog Leonardo Boff. Castrillón Hoyos slaapt uit piëteit in het bed waarin paus Pius XII overleden is. Hij heeft vanaf 2000 stelselmatig en in nauw overleg met Ratzinger toegewerkt naar een opheffing van de excommunicatie. De aanhangers van Lefebvre werd binnen de rooms-katholieke kerk een zelfde positie in het vooruitzicht gesteld als de beweging Opus Dei, namelijk die van een persoonlijke prelatuur. Zo graag als Castrillón Hoyos en Ratzinger Leonardo Boff en andere bevrijdingstheologen de kerk uit wilden werken, zo graag wilden zij de aanhangers van Lefebvre weer binnen halen. Ik kan, alle verontschuldigingen ten spijt, niet anders dan concluderen dat hun anti-judaïsme daarbij door Castrillón Hoyos én door paus Benedictus willens en wetens op de koop toe is genomen. En dat maakt van dit incident meer dan een incident: het is, samen met bijvoorbeeld recente bisschopsbenoemingen, een signaal van de koers die de leiding van de rooms-katholieke kerk onder paus Benedictus XVI dreigt in te slaan, tot verdriet van vele gelovigen.