Columns 2011


Gluren in de stal

Effata Parochieblad, december 2011 (kerstnummer)

Rond het jaar 1500 woonde in de stad ’s-Hertogenbosch een groot genie. De mensen in zijn stad noemden hem Jheronimus van Aken, waarschijnlijk omdat zijn familie zich vanuit die Duitse rijksstad in de Brabantse stad had gevestigd. Toen hij als schilder ook buiten zijn eigen stad bekend werd, ging men hem Jheronimus Bosch noemen. Wij kennen hem meestal van wilde taferelen vol helse gedrochten en fantasiefiguren. Maar Jheronimus Bosch heeft ook een heel ingetogen kerstscène geschilderd.

Lees meer...
 
Lijden uit liefde

De Stimulans (Patiëntenvereniging voor Neurostimulatie) 11/2 (juli 2011)

Pijn is niet fijn. Dat hoef ik u niet te vertellen. Het werkwoord dat bij pijn hoort, is lijden. We zeggen niet dat we pijn genoten hebben, zoals we een opleiding genieten, een inkomen of een voordeel, en we zeggen al helemaal niet dat we van pijn genoten hebben, zoals we van een vakantie genieten, van zon, zee en strand of van een goed glas wijn.

Lees meer...
 
Werken van barmhartigheid

In het evangelie volgens Matteüs (Mt. 25:35-36) worden de volgelingen van Jezus aangespoord tot zes vormen van zorg voor de naaste in nood: de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken troosten en de gevangenen bezoeken. Ze zijn bekend geworden als de werken van barmhartigheid. Deze werken vinden hun fundament in de Hebreeuwse Bijbel, door christenen het Oude Testament genoemd. Daar wordt, in het deuterocanonieke boek Tobit, ook het begraven van de doden als een plicht tegenover de naaste genoemd. De joodse uitlegtraditie van de Bijbel, de Misjna, heeft dit overgenomen.

Lees meer...
 
Reaguurders

Effata Parochieblad, september-oktober 2011 

De dag na de vreselijke moordpartij op het eiland Utoya in Noorwegen kreeg de extreemrechtse schutter op een Nederlandse website bijval. De slachtoffers waren toch ‘maar’ socialistische jongeren, ‘toekomstige sociaal democraatjes’. De forumdeelnemer kon er geen traan om laten. Die bijval kwam van een forumdeelnemer die zich verschool achter een schuilnaam, zoals vrijwel alle deelnemers aan de discussie op dat forum. Die schuilnaam was ‘Niehielist’. Misschien is het wel iemand met veel zelfkennis.

Lees meer...
 
Knuffelliturgie

Effata Parochieblad, juli/augustus 2011 (zomernummer)

Hoeveel zintuigen heeft u? De meeste mensen hebben er vijf, maar er schijnen mensen te zijn met een zesde zintuig. Maar laten we het toch maar even op die vijf houden. We kunnen er mee horen, zien, voelen, ruiken en proeven. Hebt u zich er nooit over verwonderd hoe weinig onze zintuigen in de liturgische vieringen aan hun trekken komen? Liturgievieren zou eigenlijk iets heel zintuiglijks moeten zijn. Maar toch komen eigenlijk maar twee zintuigen echt aan bod, horen en zien, en van die twee het horen nog het meeste. Als we in de kerk zitten, worden we eigenlijk alleen maar verwacht te luisteren: woorden, woorden, woorden. De liturgie lijdt vaak aan woorddiarree. Te zien valt er doorgaans niet veel. Proeven doen we alleen als we brood en wijn delen. Te ruiken valt er alleen iets als er wierook wordt ontstoken. En voelen doen we hooguit als we elkaar een hand geven bij de vredeswens. En dat schijnen sommige mensen al heel akelig te vinden.

Lees meer...
 
De eerste mens in de ruimte

Effata Parochieblad, mei/juni 2011 (Hemelvaart en Pinksteren)

‘Viri Galilaei, quid admiramini aspicientes in caelum?’ Zo begint het Latijnse intredelied – de introïtus – van Hemelvaart. ‘Mannen van Galilea, wat staan jullie verbaasd naar de hemel te kijken?’ In 1614 gebruikte een dominicaan in Florence, Tommaso Caccini, deze woorden om er een preek mee te openen die uitliep op een tirade tegen de sterrenkundige Galileo Galilei. De ‘viri Galilaei’, de mannen van Galilea, waren bij hem de mannen van Galileo geworden: de volgelingen van de wetenschapper, die met een telescoop naar de hemel keken, verbaasd over de bewegingen die ze daar waarnamen.

Lees meer...
 
De grote grap

Effata Parochieblad, april 2011 (Paasnummer)  

Tegen het einde van de middeleeuwen ontstond de gewoonte om de preek op Pasen te openen met enkele grappen. De priester daalde daarvoor van het priesterkoor af en kwam tussen de gelovigen staan. In alledaagse taal vertelde hij enkele paasmoppen. De gelovigen wisten dan meteen dat het een blijde dag was. Er mocht hardop gelachen worden in de kerk. En niemand hoefde zich daarvoor te schamen. ´Risus paschalis´ heette dit gebruik in het Latijn. ´Ostergelächter’ noemden de Duitsers het; het gebruik schijnt in Beieren ontstaan te zijn. Een Nederlands woord bestaat er volgens mij niet voor, maar het had goed ‘paasgelach’ kunnen heten.

Lees meer...
 
Woestijnkunde

Effata Parochieblad, februari 2011 (veertigdagentijd)

 

De veertig dagen van de vasten roepen de herinnering op aan de veertig jaren van de woestijntocht van het volk Israël, op weg van het slavenhuis Egypte naar het beloofde land. En zij roepen de herinnering op aan de veertig dagen van het verblijf van Jezus in de woestijn, vóór hij ging rondtrekken om de komst van het rijk van God aan te kondigen. De veertig dagen hebben dus alles met de woestijn van doen.

Lees meer...