Reaguurders

Effata Parochieblad, september-oktober 2011 

De dag na de vreselijke moordpartij op het eiland Utoya in Noorwegen kreeg de extreemrechtse schutter op een Nederlandse website bijval. De slachtoffers waren toch ‘maar’ socialistische jongeren, ‘toekomstige sociaal democraatjes’. De forumdeelnemer kon er geen traan om laten. Die bijval kwam van een forumdeelnemer die zich verschool achter een schuilnaam, zoals vrijwel alle deelnemers aan de discussie op dat forum. Die schuilnaam was ‘Niehielist’. Misschien is het wel iemand met veel zelfkennis.

De website heet ‘Forum voor de vrijheid’. Het is niet de officiële website van de Partij voor de Vrijheid, maar de initiatiefnemers laten geen misverstand bestaan over de vraag waar hun sympathie ligt: op elke pagina prijkt een foto van de oprichter en het enige lid van de Partij voor de Vrijheid. Ik had de website nog niet eerder bezocht, maar werd er op geattendeerd door een nieuwsbericht dat melding maakte van de Nederlandse bewondering voor de Noorse schutter. Er ging een duistere wereld voor me open: een wereld van harde taal, van gescheld, van met modder gooien, van chagrijn, van ridiculisering (noem de tegenstander bij voorkeur met verkleinwoordjes!), van bittere spot en beschimping, van bedreiging en veroordeling, van verbale oorlogsvoering.

Ik had wel vaker van het fenomeen gehoord, maar me er nog nooit in verdiept: dat van de anonieme scheldpartijen op internet. Ik kende het wel een beetje, omdat ik ook zelf af en toe het voorwerp van het gescheld ben geweest, bijvoorbeeld in anonieme reacties op artikelen van of over mij op de website van het dagblad Trouw of op de nieuwssite www.kerknieuws.nl. Maar het gescheld daar verzinkt in het niet bij wat anonieme forumdeelnemers elders achterlaten. Vooral de websites van het dagblad De Telegraaf en die van GeenStijl zijn berucht. Op de laatste schijnt ook het woord ‘reaguurder’ ontstaan te zijn: de reacties (‘reaguursels’) zijn vaak rauw van toon, onguur dus, en worden aangebracht door mensen die zich verschuilen achter een verzonnen naam, mensen die als het ware als gluurders zelf ongezien willen blijven. Zij denken zich daardoor geen enkele beperking te hoeven opleggen. En redacties grijpen zelden in.

De reaguurders kunnen hun hart luchten. Ach, duizendmaal liever met woorden dan met kogels, denk ik dan maar. Maar anderzijds: de kogels van de Noorse moordenaar gingen vergezeld van ruim 1500 pagina’s vol woorden, en de toon en inhoud van die woorden leken veel op wat reaguurders op de juist genoemde websites achterlaten. Woorden zijn niet onschuldig. Dat waren ze nog nooit, maar dat zijn ze zeker na Utoya niet meer.

Zou de moord op tachtig onschuldige jonge mensen in Noorwegen dan misschien toch tot gevolg hebben dat politici en reaguurders twee keer nadenken voor ze iets zeggen? Dat ze respect opbrengen voor het standpunt en de persoon van anderen? Dat ze hun stoere oorlogstaal achterwege laten? Dat ze hun mening op een rustige en beschaafde manier onder woorden brengen? Dat ze de wereld niet langer in zwart en wit verdelen, maar ruimte laten voor de vele andere kleuren en vooral voor de vele grijstinten? Zou de beschaving terugkeren in het debat?

Ik hoop het van harte, maar ik ben er niet geheel gerust op.