Werken van barmhartigheid

In het evangelie volgens Matteüs (Mt. 25:35-36) worden de volgelingen van Jezus aangespoord tot zes vormen van zorg voor de naaste in nood: de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken troosten en de gevangenen bezoeken. Ze zijn bekend geworden als de werken van barmhartigheid. Deze werken vinden hun fundament in de Hebreeuwse Bijbel, door christenen het Oude Testament genoemd. Daar wordt, in het deuterocanonieke boek Tobit, ook het begraven van de doden als een plicht tegenover de naaste genoemd. De joodse uitlegtraditie van de Bijbel, de Misjna, heeft dit overgenomen.

De vroegchristelijke dichter Lactantius (ca. 250-320) voegde het begraven van de doden als een zevende werk aan het rijtje van werken van barmhartigheid toe. Paus Innocentius III (1198-1216), de machtigste paus van de middeleeuwen, verleende in 1207 pauselijk gezag aan de reeks van zeven werken van barmhartigheid, met inbegrip dus van het begraven van de doden. Eeuwenlang werden zij in het geloofsonderricht doorgegeven en werden zij afgebeeld in kerken en aan de gevels van christelijke zorginstellingen.

De pastoor van Liempde weigerde enkele weken geleden een parochiaan te begraven omdat bij diens overlijden euthanasie een rol had gespeeld. De pastoor beriep zich voor zijn besluit op richtlijnen van de Nederlandse bisschoppen. Die zijn te vinden zijn in het document Pastoraat rond het verzoek om euthanasie of hulp bij suïcide van 1 oktober 2005. In dat document is de richtlijn opgenomen dat van een kerkelijke uitvaart geen sprake kan zijn wanneer de overledene om euthanasie of hulp bij suïcide heeft gevraagd. Die richtlijn heeft de pastoor van Liempde ertoe gebracht af te zien van het verrichten van een werk van barmhartigheid.

In het document van de Nederlandse bisschoppen uit 2005 komt het woord barmhartigheid niet één keer voor. De werken van barmhartigheid hebben blijkbaar afgedaan. Kerkelijke regels zijn belangrijker geworden dan bijbelse barmhartigheid.

augustus 2011