Gluren in de stal

Effata Parochieblad, december 2011 (kerstnummer)

Rond het jaar 1500 woonde in de stad ’s-Hertogenbosch een groot genie. De mensen in zijn stad noemden hem Jheronimus van Aken, waarschijnlijk omdat zijn familie zich vanuit die Duitse rijksstad in de Brabantse stad had gevestigd. Toen hij als schilder ook buiten zijn eigen stad bekend werd, ging men hem Jheronimus Bosch noemen. Wij kennen hem meestal van wilde taferelen vol helse gedrochten en fantasiefiguren. Maar Jheronimus Bosch heeft ook een heel ingetogen kerstscène geschilderd.

Misschien wel meer dan die ene, maar de toeschrijving aan Jheronimus van een geboorte van Christus die in Keulen hangt, is omstreden. Eensgezindheid is er over de toeschrijving van een drieluik met de aanbidding van het pasgeboren kind door de wijzen dat in het Prado te Madrid hangt. Het wordt zelfs als een van de hoogtepunten in het werk van Jheronimus Bosch beschouwd.

Toch is ook dit werk, zoals de andere werken van het Bossche genie, vol raadsels. Zo zien we geen drie wijzen of koningen, maar nog een vierde, die - met een aantal boeventronies achter zich - vanuit de deur van de stal naar de aanbidding door de andere drie koningen gluurt. Hij heeft zijn kroon, het teken van zijn macht, opgehouden, in tegenstelling tot de drie andere die zichzelf uit aanbidding voor de ware koning van hun majesteitstekens hebben ontdaan. En hij heeft een lelijke wond aan zijn been.

Het antwoord op dit raadsel ligt in de middeleeuwse legende dat koning Herodes met een aantal trawanten de drie wijzen uit het Oosten was gevolgd, om het Jezuskind, die nieuwe koning, te doden. Hij heeft, zo vertelt de legende, alleen maar van zijn snode plan afgezien omdat de andere drie koningen zo’n groot gevolg bij zich hadden; Herodes was met zijn soldaten in de minderheid. Daarom zag hij op dat moment van zijn moordplan af, maar voerde het later uit, door alle pasgeboren kinderen van Bethlehem te laten vermoorden: de kindermoord. God weet altijd alles van tevoren, en Hij heeft daarom Herodes alvast besmet, zo vertelt de legende, met een vreselijke ziekte: luizen en wormen zouden zijn vlees opeten. We zien het op het schilderij van Jheronimus Bosch al beginnen, bij die wond op het onderbeen van de koning.

Koning Herodes is niet de enige die naar de scène gluurt. Ook de herders zijn er bij, eenvoudige lieden. Eén gluurt door een gat in het dak van de krakkemikkige stal, een ander gluurt om de hoek van de muur, een derde klimt in een boom om ook iets van het kind te kunnen zien. De vierde herder gluurt door een gat in de muur. Van die vierde herder is wel eens gesuggereerd dat het een zelfportret van Jheronimus Bosch is.

De schilder had er ongetwijfeld graag bij willen zijn, om ook even te gluren naar het kindje in de stal. Wij ook? Met zijn paneel laat hij ons zien dat je op twee manieren kunt gluren: je kunt gluren naar anderen met de afgunstige blik van koning Herodes en je kunt gluren met de onschuldige verwondering van de herders. Hoe gluurt u dit jaar naar het kerstkind? Hoe gluurt u dag in dag uit naar anderen?