Loslaten

Effata Parochieblad, mei/juni 2012

Soms heb je een dag die volledig anders verloopt dan je gedacht had. Ik kan daar niet zo goed tegen. Ik hoor tot de mensensoort die zijn bezigheden graag zorgvuldig en strak plant en die deze planning ook liefst zelf in de hand houdt. Zo krijg je het meeste gedaan.

Maar soms loopt het anders. Zoals op die dag waarop ik eigenlijk ’s morgens en ’s middags zou deelnemen aan een redactievergadering van het tijdschrift Speling en ik tegen het einde van de middag naar ’s-Hertogenbosch zou gaan voor de bijeenkomst van een oecumenische kring rond het begrip ‘roeping’. Maar midden in de nacht werd ik wakker met wat in het medische jargon PODB heet: een zware, beklemmende pijn op de borst, die in mijn geval gepaard ging met misselijkheid en hevig transpireren. Door kordaat optreden van mijn vrouw en de huisarts belandde ik die dag niet bij de Spelingredactie, maar op de eerste harthulp van een Nijmeegs ziekenhuis. En daar heb ik de hele dag gelegen, met een stuk of tien elektroden op borst, armen en benen gekluisterd aan een hartmonitor.

Zo, denk je dan, deze dag gaat anders verlopen dan ik bedoeld had. Deze gedachte dringt zich op met een dwingende onvermijdelijkheid. Je kunt er niets aan veranderen. Je moet je eraan overgeven. De kunst van het loslaten: een mooi stukje spiritueel onderricht mag je nu zelf in praktijk brengen.

Dat valt niet mee. In het begin dacht ik nog: het is te overzien, een paar uurtjes en dan mag ik hier wel weer vertrekken. ’s-Hertogenbosch haal ik vandaag nog wel. Gelukkig had ik nog een boekje van Jan Siebelink in mijn binnenzak. Maar dat had ik na een paar uur wel uit. En toen in het begin van de middag duidelijk werd dat in de tweede helft van de middag nog een CT-scan gemaakt zou worden, drong tot mij door: ’s-Hertogenbosch haal ik niet meer. Toen kon ik echt loslaten: de drang opgeven om die dag nog zelf te organiseren. Ik moest het initiatief voor wat ik zou doen uit handen geven.

Omdat hartslag en bloeddruk stabiel waren, mocht ik uiteindelijk rond 19 uur weer met mijn vrouw naar huis. Daarvoor had ik enkele uren kunnen mediteren over de varen die op de wand tegenover mij was getekend. Die varen zag ik pas toen ik toe kwam aan het loslaten. Daarvoor was ik blind geweest voor die varen, gevangen als ik was in mijn eigen hoofd en in mijn drang om de greep op die dag vast te houden. Vasthouden is immers gemakkelijker dan loslaten. Vasthouden levert ons houvast. ‘Loslaten betekent tijdelijk het houvast verliezen’, aldus de Deense theoloog en filosoof Søren Kierkegaard. ‘Maar niet loslaten’, zo zegt hij, ‘betekent voor altijd het houvast verliezen.’ Zo is het maar net. Zou Kierkegaard ook ooit op de eerste harthulp gelegen hebben?