God wil het

Effata Parochieblad, september/oktober 2012 

 

Soms kom je mensen tegen die je precies weten te vertellen wat God wil. Ze betrekken dat vaak ook op hun eigen leven. ‘Ik doe wat ik doe, omdat ik weet dat God dat van mij wil.’

 

Ik ontmoette onlangs een jonge vrouw van 24 jaar, die op haar achttiende was toegetreden tot een religieuze zustercongregatie. Zij stak helemaal in het habijt, rozenkrans aan de riem, naast de sleutelbos en de mobiele telefoon. Zij was in haar middelbare schooltijd rooms-katholiek geworden, met de nadruk op rooms. Gedoopt was ze wel al als kind en ze had ook de eerste communie gedaan, maar de pastoor in haar Brabantse dorp had haar verteld dat de hostie maar gewoon een stukje brood was, zodat ze zich toen had afgevraagd waar dan de chocopasta bleef. Maar zoals gezegd: in haar middelbare schooltijd werd ze bewust rooms-katholiek. En na haar eindexamen had ze zich aangesloten bij een zustercongregatie waar veel werd gebeden voor priesterroepingen, voor trouw aan de paus en voor de redding van Nederland.

Enkele andere mensen die bij de ontmoeting met de zuster aanwezig waren, verbaasden zich over het avontuur dat deze jonge vrouw was aangegaan. Ja, gaf ze toe, een avontuur was het wel. Maar tegelijk wist ze heel zeker dat ze daar moest zijn. Want ze wist dat God dat van haar wilde. Of Jezus. Ik moet eerlijk bekennen dat ik ben vergeten wie van de twee zij noemde. Maar dat is misschien niet zo’n probleem, want de twee schijnen vaak inwisselbaar te zijn. Katholieken lossen dat op door van Onze Lieve Heer te spreken. Dan kun je nog alle kanten op.

Wie een wandeling maakt door de wereldreligies, komt maar al te vaak teksten tegen waarin mensen zich beroepen op Gods wil. Allerlei geboden en verboden zijn uitgevaardigd met een beroep op Gods wil. Er zijn oorlogen gevoerd en kruistochten ondernomen omdat God het wil. Maar er wordt ook aan vrede en verzoening gewerkt omdat God het wil. Vrouwen worden uitgehuwelijkt en kinderen worden besneden omdat God het wil. Maar er worden ook zieken verpleegd, vreemdelingen opgevangen en armen gesteund omdat God het wil. Mensen worden dom gehouden omdat God het wil, maar op andere plekken wordt juist onderwijs gegeven omdat God het wil.

Zou het God zelf niet af en toe gaan duizelen? Mensen willen allerlei dingen en hebben daar soms goede en soms minder goede redenen voor. Maar waarom dan God erbij halen? Hoe weten zij dat God of Jezus dit of dat van hen wil? Ik moet eerlijk toegeven dat ik er bij de ontmoeting met de jonge zuster niet naar heb doorgevraagd. Ik vond het op dat moment, terwijl ze haar enthousiaste getuigenis gaf, weinig respectvol om kritisch te gaan doorzagen: hoe weet je nu zo zeker wat God van je wil? Heeft Hij je dat zelf laten weten? Heb je Hem gesproken? Beschik je over een hotline met de Eeuwige? Of is dat jouw eigen interpretatie van je eigen gevoelens, van je eigen emoties, van je eigen verlangens, van je eigen ambities? ‘Al het spreken over boven komt van beneden, ook de uitspraak dat iets van boven komt’, zegt de theoloog Harry Kuitert. Dat lijkt me maar al te waar.

Misschien had ik toch moeten doorvragen. Ik hoop in elk geval voor de jonge zuster en voor alle mensen die met hun leven iets doen ‘omdat ze zeker weten dat God dat van hen wil’, dat er iemand in hun omgeving is die hardnekkig doorvraagt: waarom wil jij dit. Laten we voor alles wat we willen zelf de verantwoordelijkheid nemen. Laten we die niet afschuiven op God, op Allah of op Jezus. Die hebben al meer dan genoeg aan hun hoofd.