Unvollendete
 

Op 11 oktober 1962 werd te Rome op plechtige wijze het Tweede Vaticaans Concilie geopend, bijeengeroepen door paus Johannes XXIII om de rooms-katholieke kerk ´bij de dag van vandaag te brengen´ (aggiornamento). De ramen en de deuren moesten wijd open gezet worden. Het was tijd voor een 'grote schoonmaak', zoals de Bossche bisschop Bekkers, van begin tot eind deelnemer aan het concilie, het verwoordde.

Op 12 oktober 2012 belegden de Nederlandse rooms-katholieke bisschoppen een symposium in Utrecht om de vijftigste verjaardag van de opening van het concilie te herdenken. Tijdens het symposium werden de vier belangrijkste constituties van het concilie besproken. Zij worden in de uitnodigingsbrief door de secretaris van de bisschoppenconferentie abusievelijk  ‘apostolische constituties’ genoemd. Apostolische constituties zijn namelijk wetgevende documenten van de paus, en hier gaat het om documenten van het concilie. Klein verschilletje, maar toch niet zonder betekenis. Zou de secretaris van de bisschoppen al weer vergeten zijn dat het concilie ‘collegialiteit’ in het bestuur van de kerk enorm belangrijk vond? Die collegialiteit krijgt gestalte in het feit dat niet de paus in zijn eentje de kerk bestuurt, maar dat alle bisschoppen samen dat doen. Zo zag het Tweede Vaticaans Concilie het graag. En daarbij hoort dat niet de paus in zijn eentje het woord voert, maar dat de bisschoppen zich samen uitspreken: in een constitutie.

De vier constituties van het concilie -  de hoofddocumenten van de zestien teksten die het concilie heeft voortgebracht – werden op de herdenkingsdag door vier deskundige sprekers toegelicht. En daar al weer zo’n interessant detail: alle vier zijn priesters. Zouden de organisatoren ook dat aspect van het Tweede Vaticaans Concilie weer vergeten zijn: dat de kerk de gemeenschap van alle gedoopte gelovigen is? Dat kwam tot uiting in een van de belangrijke wendingen tijdens het concilie zelf. De Vaticaanse theologen hadden een document over de kerk voorbereid, dat begon met te spreken over de hiërarchie van gewijde ambtsdragers. Pas daarna kwam ter sprake dat de kerk ook ‘gewone gelovigen’ kent. De concilievaders, de verzamelde bisschoppen en hogere oversten van religieuzen dus, vonden dat die volgorde omgedraaid moest worden: de kerk is op de eerste plaats een gemeenschap van gelovigen, en pas op de tweede plaats een hiërarchisch geordende gemeenschap. De hiërarchie van gewijden is ondergeschikt aan de gemeenschap van gelovigen. En die gelovigen krijgen van het concilie ook de verantwoordelijkheid mee te spreken over de kerk en getuigenis af te leggen van hun geloof. ‘Het algemeen priesterschap van de gelovigen’, heette dat in de plechtige taal van het Tweede Vaticaans Concilie. Maar niet dus bij de herdenking van het concilie. Daar mochten de gewone gelovigen luisteren en vooral hun mond houden.

Wie het programma van de herdenkingsbijeenkomst van de Nederlandse bisschoppen bekijkt, kan even de gedachte krijgen dat het Tweede Vaticaans Concilie nooit heeft plaatsgevonden. Dat we het alleen maar gedroomd hebben. Dat het een fata morgana was, een luchtspiegeling. Voor sommigen misschien een nachtmerrie. 

Je kunt het ook anders zien: dat de herdenkingszitting duidelijk maakt dat het Tweede Vaticaans Concilie nog steeds onvoltooid is. Dat het nog echt moet worden waargemaakt. Edward Schillebeeckx schreef nog tijdens het concilie een mooi boekje over wat er in die zittingen in Rome allemaal gebeurde. Hij sprak over een vijfvoudige decentralisering van de kerk. De eerste is de verlegging van de traditionele aandacht voor kerk, paus en bisschoppen naar Jezus Christus toe, de tweede is die van het pauselijk gezag en de curie naar de over de hele wereld verspreide bisschoppen, de derde is die van de hiërarchie naar het godsvolk van alle gelovigen, de vierde die van de rooms-katholieke kerk naar de andere christelijke kerken, het jodendom en de andere godsdiensten en de vijfde is die van de kerk naar de wereld toe. Van die vijfvoudige decentralisering staat nog heel wat te gebeuren. Sterker nog: zij is voor een belangrijk deel zelfs weer teruggedraaid: terug naar de rooms-katholieke kerk, naar de curie, naar de paus, naar de hiërarchie.

Sommige grote kunstwerken zijn onvoltooid gebleven. Toch kunnen we ervan genieten, zoals van de achtste symfonie van Schubert, die we allemaal kennen als de Unvollendete, de onvoltooide. Maar moeten we van de idealen van het Tweede Vaticaans Concilie alleen maar genieten? Of moeten we er ook aan blijven werken? Betekent het onvoltooide kunstwerk van de kerk niet vooral huiswerk, voor nu en voor de toekomst?