Brief aan de paus

Het radioprogramma Goedemorgen Nederland vroeg voor een special op hemelvaartsdag (13 mei 2010) aan vier Nederlanders om een brief aan de paus te schrijven en die in de uitzending voor te lezen. Het Tweede Kamerlid Tofik Dibi van Groen Links las zijn brief niet voor wegens de mediastilte die de politieke partijen na de vliegramp in Libië hadden afgesproken. Maar in de uitzending waren wel Gerd Leers, oud-burgemeester van Maastricht, Guido Klabbers, slachtoffer van seksueel misbruik in het kleinseminarie van de salesianen te 's-Heerenberg, en Peter Nissen. Zijn brief stelt het pausambt zelf ter discussie.

Heilige Vader, U ziet: ik weet nog hoe het hoort. ‘Heilige Vader’, zo wordt u aan- en toegesproken in uw kerk, die lange tijd ook de mijne was. Dat laatste hoort u goed: ik spreek in de verleden tijd. Want met dat instituut waaraan u leiding geeft, heb ik het wel gehad. Ik zeg graag oud-staatssecretaris Frans Timmermans na wat hij anderhalve maand geleden in het televisieprogramma Buitenhof over het katholicisme zei: ‘het is mijn geloof maar zelden mijn kerk’.

‘Heilige Vader’, het is een van de vele titels die uw voorgangers in de loop der eeuwen hebben verzameld. Het was aanvankelijk de aanspreektitel voor iedere bisschop. Maar geleidelijk eigende de bisschop van Rome zich het alleenrecht op die titel toe. En hij voerde nog meer titels voor zichzelf in. ‘Plaatsbekleder van Christus’ is er ook zo een, ‘vicarius Christi’ in het Latijn. Toe maar: dat is niet de eerste de beste. Het was een Romeinse kerkvergadering die kort voor het jaar 500 voor het eerst deze titel gebruikte voor uw voorganger Gelasius I. En de bisschop van Rome liet zich dat graag aanleunen. Je moet het maar durven jezelf als de plaatsbekleder van Jezus Christus te betitelen. Bescheidenheid siert de mens.

In 1870 liet uw voorganger Pius IX, de langst zittende paus uit de kerkgeschiedenis, zichzelf tijdens het Eerste Vaticaans Concilie onfeilbaar verklaren. Dat gebeurde bij grote meerderheid van stemmen; de bisschoppen die er tegen waren, hadden het subtiele advies gekregen het concilie maar alvast te verlaten. Toen op 18 juli 1870 het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid werd aangenomen, barstte een onweer los boven Rome. ‘De hemel huilt’, zei de kritische Duitse historicus Ignaz von Döllinger.

De hemel huilde opnieuw op de Paasmorgen van dit jaar, toen u tijdens de viering op het Sint-Pietersplein en tijdens de toespraak vóór de zegen Urbi et Orbi – voor de stad en de wereld – met geen woord repte over de pijn van de slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk. De voorzitter van het college van kardinalen, Angelo Sodano, vond het toen wél nodig, van onder een paraplu, de berichten over dat misbruik af te doen als ‘geklets’. Hij sprak zijn onvoorwaardelijke steun uit aan u en deed dat, zo zei hij, ‘namens de hele kerk’. Dan toch niet namens mij, dacht ik op dat moment. Want mij is niks gevraagd.

Vindt u, heilige vader, toch ook niet dat het een beetje uit de hand is gelopen? Niet met dat seksueel misbruik, bedoel ik. Dat is immers niet alleen iets van de kerk. Het komt helaas op veel plekken voor, overal waar mensen misbruik maken van hun macht over andere mensen. Maar ik bedoel met dat ‘heilige vader-gedoe’. Ik bedoel met die persoonsverheerlijking en met die als heilig en onaantastbaar en onfeilbaar voorgestelde leiding van uw instituut. Bij alle commotie over misstanden in de kerk moet u uit de wind en buiten schot gehouden worden. Iedereen kan fouten maken, behalve de paus. De Amerikaanse historicus Garry Wills schreef daarover tien jaar geleden een onthutsend boek: Papal sin. Structures of Deceit. Structuren van bedrog zijn er ontstaan rond u en uw curie. De waarheid wordt gemanipuleerd, uit vrees om te moeten erkennen dat ook u fouten kunt maken. Want als u dat zou toegeven, zou dat wel eens een smetje kunnen werpen op uw onfeilbaarheid als leraar van het geloof.

Heilige Vader, de mantel der liefde is in uw instituut een dekmantel voor het kwaad geworden. Werp die mantel af. Ontmantel de R.K. Firma Leugen & Bedrog.

Uw oud-collega Hans Küng heeft u enkele weken geleden opgeroepen af te treden. Dat zou een symbolische daad van boetvaardigheid zijn, die recht zou kunnen doen aan de pijn van de slachtoffers van seksueel en ander misbruik in de kerk. Ik dacht toen eerst: wat haalt het uit? Er wordt dan toch weer een nieuwe paus gekozen, en dat zal vast wel weer een katholiek zijn. En die nieuwe paus wordt dan gekozen door de kardinalen die door deze paus en de vorige zijn benoemd, dus het zal ook wel weer iemand van de restauratieve dienst zijn. Maar nu denk ik: doe het toch maar. Maar maak nog eerst één keer gebruik van uw onfeilbare leergezag. En wel om u zelf op te heffen, met inbegrip van de eretitels die u verzameld hebt. Breng ze naar het Vaticaans museum. Paus Benedictus, de zestiende en de laatste. Hef het pausschap op, en dan kan er na u weer gewoon een bisschop van Rome komen.

En u wens ik van harte een rustige oude dag toe, met een aangenaam etensmaal, een pianosonate van Mozart en een goed boek, en te zijner tijd een fijne hemelvaart. 

Vrede en alle goeds, 

Peter Nissen