Habemus papam

Op 14 oktober 2011 ging in het Nijmeegse filmtheater LUX de film Habemus papam van de Italiaanse cineast Nanni Moretti, met Michel Piccoli in de hoofdrol, voor Nederland in première. Peter Nissen sprak daarbij een inleiding uit en ging na afloop met Elianne Keulemans en de zaal in gesprek over de film.

´Annuntio vobis gaudium magnum: habemus papam’. Met deze woorden kondigt de oudste kardinaal in de rang van de kardinaal-diakens vanaf het middelste balkon aan de voorgevel van de Sint-Pieter te Rome, de zogenaamde ‘loggia delle benedizioni’ de keuze aan van een nieuwe bisschop van Rome. De oudste kardinaal-diaken - het kardinalencollege kent namelijk drie rangorden: de kardinaal-bisschoppen, de kardinaal-priesters en de kardinaal-diakens; feitelijk zijn ze allemaal bisschop – was in het geval van de laatste pauskeuze, die van Benedictus XVI in 2005, de Chileense kardinaal Jorge Arturo Medina Estévez, bij het grote publiek vooral bekend als vriend en vereerder van de oud-dictator Pinochet: elk jaar draagt hij een pontificale mis op voor de naqedachtenis van de dictator en schroomt daarbij niet controversiële uitspraken te doen, zoals drie jaar geleden, toen hij de zangeres Madonna ‘een smet voor de mensheid’ noemde (wie aan Madonna komt, komt aan mij!).

Het middelste balkon van de Sint-Pieter heet loggia delle benedizioni omdat de bisschop van Rome bij voorkeur van daaraf de gelovigen zijn zegen geeft. Dat hoort een nieuwe paus dan ook te doen nadat de proto-kardinaal-diaken de naam van die nieuwe paus bekend heeft gemaakt. Maar precies dat gebeurt niet in de film die u dadelijk gaat zien. Op het moment dat de naam van de nieuwe paus bekend gemaakt zou moeten worden, namelijk die van een kardinaal Melville, klinkt er van achter het balkon een afgrijselijke wanhoopskreet. Die kreet is afkomstig van de nieuw gekozen paus. En daarmee is de thematiek van de film meteen geïntroduceerd: degene die tot paus is gekozen, realiseert zich wat er op hem af gaat komen, en het dringt tot hem door dat hij dat niet aan kan. ‘Ik kan het niet.'

De hele film speelt zich feitelijk af tijdens een conclaaf: voor de naam van de nieuwe paus aan het gelovige volk bekend is gemaakt, kan het conclaaf niet afgesloten worden. We zien dus beelden van een gebeuren waarvan nog nooit filmbeelden gemaakt zijn. Zijn die beelden waarheidsgetrouw? In elk geval wel de beelden van wat aan het conclaaf voorafgaat, want daarvoor is gebruik gemaakt van documentaire filmbeelden uit het jaar 2005, het jaar van het overlijden van paus Johannes Paulus II en de keuze en installatie van paus Benedictus XVI. Maar van de beelden van het conclaaf zelf weten we niet of ze betrouwbaar zijn, want van een conclaaf zijn, zoals gezegd, nog nooit filmopnamen gemaakt. In de herziene regeling voor het conclaaf die in 1996 door paus Johannes Paulus II werd vastgesteld, is nog eens nadrukkelijk bepaald dat het strikt verboden is om opname- en communicatieapparatuur mee te nemen in de conclaafruimte, de Sixtijnse Kapel, en ook in de ruimte waar de kardinalen gedurende het conclaaf logeren, tegenwoordig het Domus Sanctae Martae: geen recorder, geen filmapparatuur, geen faxapparaat, geen mobiele telefoon. De regisseur Nanni Moretti heeft wel gestreefd naar een waarheidsgetrouwe reconstructie van de omgeving van het conclaaf: voor de film is in Cinecittà, de grote door Mussolini opgerichte filmstudio’s aan de Via Tuscolana, de complete Sixtijnse Kapel nagebouwd. Maar in het verloop van het conclaaf zelf laat Moretti zijn fantasie de vrije loop, en dat is zijn goed recht als cineast: we horen de kardinalen allemaal in hun eigen taal bidden dat zij het toch alsjeblieft niet mogen worden, we horen ze in koor en ritmisch met hun pennen op de tafel tikken als ze zitten te peinzen op wie ze zouden stemmen. En over wat er allemaal gebeurt als de kardinalen binnen de muren moeten blijven wanneer de nieuwgekozen paus met zijn keuze worstelt, zwijg ik maar even, om niet alles al voor u te verklappen.

Nanni Moretti heeft zich in deze film ingehouden; dat is de indruk van veel filmrecensenten. Moretti staat namelijk bekend om zijn bijtende satire. Zo is zijn film Il caimano – de kaaiman - uit 2006 een felle aanklacht tegen de politiek van Silvio Berlusconi. Moretti, die zelf zegt niet gelovig te zijn, sneed ook al eerder religieuze thema’s aan, zoals in La messa è finita uit 1985 de worsteling van een jonge priester met het geloof en met zichzelf. Moretti speelde in die film zelf de rol van de jonge priester. Dat doet hij vaak: in de films die hij regisseert ook zelf een rol spelen, doorgaans niet de hoofdrol, maar wel een belangrijke bijrol. In de film Habemus papam zien we hem als de psycholoog die te hulp wordt geroepen om de angstige nieuwe paus in zijn worsteling bij te staan, en als kardinaal Melville incognito naar de ex van de psycholoog gaat om hem te helpen zijn blokkades te ontdekken (‘ouderlijk deficit’ is volgens haar de sleutel tot alle depressies en psychische problemen), dan probeert Moretti de kardinalen – die natuurlijk in grote verwarring verkeren - bezig te houden, en dat zorgt opnieuw voor komische taferelen.

Gaat u vooral genieten van de film. Stel u op als een antropoloog die veldwerk doet: ga enige tijd verblijf houden temidden van een exotisch volk, in dit geval de stam der kardinalen, ongeveer 120 ongehuwde en merendeels oudere mannen, die een groot deel van hun tijd in jurken rondlopen. Observeer hun gedrag, hun omgangsvormen, hun denkwijzen, hun wereldbeeld, en probeer te achterhalen hoe hun symbolisch universum in elkaar zit.

Ik ga u de clou van de film natuurlijk niet verklappen. Ik geef u alleen mee dat ‘theater’ een belangrijk trefwoord is: is de kerk niet ook theater, is de paus uiteindelijk niet een acteur die ook maar een rol speelt? Wat is echt, wat is façade? En wanneer is theater nog wel overtuigend en wanneer niet meer? Wanneer gaat theater nog over het echte leven en wanneer niet meer? Is religie niet vooral theater: ‘oprecht veinzen’, om met Frans Kellendonk te spreken? De werkelijkheid voor de gek houden? Of is religie meer en anders? En slaagt de kerk erin dat ‘meer en anders’ geloofwaardig te representeren?

Een tweede vraag die de film ongetwijfeld bij veel kijkers zal oproepen, is: kun je het een mens wel aandoen een ambt te bekleden waarvan de functionaris, sinds de onfeilbaarheidsverklaring van 1870, met een zweem van volmaaktheid en feilloosheid is omgeven. Want weliswaar beperkt de dogmaverklaring van 1870 de onfeilbaarheid tot heel specifieke uitspraken over geloof en zeden in een heel specifieke situatie, maar, zoals de historicus Garry Wills in zijn boek Papal Sin heeft laten zien, het ambt van de paus is sinds 1870 wel omgeven geraakt met een aura van onaantastbaarheid: een paus kan geen fouten maken. En dus moeten er allerlei kronkels gemaakt worden om situaties te verdoezelen waarin dat wel het geval is. Om bij de film te blijven: een paus kan geen depressie hebben. Daarom is het denkbaar dat, zoals de film suggereert, niemand graag dit ambt ambieert, al zijn er allerlei aanwijzingen dat de huidige paus Benedictus XVI toch heel bewust en handig zijn eigen verkiezing heeft geregisseerd. Is het ambt niet zo ‘goddelijk’, dus onmenselijk gemaakt, dat kardinaal Melville in de film wel uit de grond van zijn hart moet uitroepen: ‘dit kan ik niet’?

Veel kijkplezier!