'Het is al begonnen, merkt u het niet?'
Overweging op 21 december 2008, 4e zondag van de advent, jaar B, Effataparochie Nijmegen
Bij 2 Sam. 7,1-5.8b-11.16; Lc. 1, 26-38) (zoek op in Willibrordbijbel)

Kent u ook wel eens van die momenten waarop u denkt: och, fair trade, Max Havelaar, twintig jaar jaar Solidaridad, wat haalt het allemaal uit? De wereld wordt er niet beter van. Laat ik maar voor mezelf opkomen, dan heb ik al genoeg te doen. Hebt u ook wel eens van die momenten waarop het cynisme toeslaat?
Soms krijg je zelfs de indruk dat mensen in onze tijd door cynisme worden verlamd. Een avondje televisie kijken kan die indruk versterken. In praatprogramma’s over de toestand in de wereld lijkt het cynisme vaak de boventoon te voeren. Voor grootse idealen lijkt geen plaats, want ‘het wordt toch niets’.

 

De wereld zit gevangen in haar eigen onvermogen om nog te dromen van iets groots, iets nieuws, van iets dat ons te boven gaat, om nog te geloven in de goedheid van de mens. Wij praten ons zelf aan dat we blij mogen zijn als wij ons eigen hachje en onze eigen verworvenheden weten te redden. Laat die katoenplukkers in Peru ook zichzelf maar redden; ik heb aan mezelf al genoeg.

Dat is wat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk al vijfentwintig jaar geleden heeft ontmaskerd en bekritiseerd als de cynische rede, een redelijkheid die vooral uit is op zelfbehoud en die geboren wordt uit eigenbelang. Het is het cynisme van wat in Nederland de ‘calculerende burger’ wordt genoemd: het cynisme dat uit is op zekerheid op de korte termijn, bang voor het avontuur van de lange duur. Als ik mijn hypotheek maar kan afbetalen en op wintersportvakantie kan gaan, dat is belangrijker dan of er ooit vrede en gerechtigheid in de wereld zullen heersen. Het nastreven van eigenbelang bepaalt onze agenda, het bepaalt ook onze rationaliteit: verstandig is – althans volgens de heersende cynische rede – degene die zijn doelen op korte termijn stelt, wie inzet op veiligheid en zekerheid, wie zich sterk maakt voor zijn eigen overleven.
Uiteindelijk, zo maakt Peter Sloterdijk duidelijk, is die cynische rede geboren uit angst en onzekerheid, uit argwaan tegenover het avontuur van het leven. In plaats van het avontuur van het leven kiest het cynisme voor het koste wat kost óverleven.

Cynisme is het onvermogen om te geloven in de goedheid van de mens, het onvermogen ook om te hopen dat het goede zal overwinnen. En toch, en toch. Naast de bekoring van het cynisme kennen we misschien bij tijd en wijle ook allemaal wel die ervaring van een sprankje van hoop. Als je de kans hebt écht met mensen door te praten, dan klinkt uiteindelijk toch vaak het vertrouwen door dat het met de wereld en met de mensen ooit goed zal komen. Het kost soms even tijd, je moet soms door een pantser van cynisme heen breken, maar vaak spreken mensen dan toch uiteindelijk hun basisvertrouwen in de goedheid uit. Het komt goed, ooit.

Het is dat basisvertrouwen dat de Schriftlezingen van vandaag in ons willen versterken. Zij vertellen verhalen over eenvoudige mensen die tot grote dingen in staat waren, verhalen over eenvoudige mensen met wie God wereldgeschiedenis schreef, eenvoudige mensen in wie iets nieuws begon, eenvoudige mensen in wie het goede zich baan brak. David, een eenvoudige herder, door God van achter de schapen weggeplukt om de leider van zijn volk Israël te worden, koning van een bedreigd volk. En die koning woont nu in een prachtig paleis, terwijl de ark van God in een tentje staat. Daarom wil David ook voor God een mooi huis bouwen. Maar God zegt: nee, doe dat maar niet. Laat mij maar een huis bouwen voor jou en voor je volk, een plek waar je mag zijn, waar je mag wonen in vrede en gerechtigheid, zonder dat je verdrukt wordt door boosdoeners, een plek waar je vijanden je met rust laten.

En dan in het evangelie dat tienermeisje Maria, nog maar net verloofd met Jozef. Een engel komt haar zeggen dat zij een kind zal krijgen. Maar hoe kan dat, zegt ze: ik slaap nog niet met Jozef. Ze wordt bang en onzeker. Maar de engel spreekt haar moed in. Ook jouw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, verwacht nu een kind. Voor God is niets onmogelijk. Heb maar vertrouwen, ga het avontuur van het leven aan. Het onmogelijke begint nu, hier, in het klein.

Over vier dagen vieren we kerstmis. Kerstmis is de ultieme aanklacht tegen het cynisme, de ultieme weerlegging van het cynisme, de ultieme overwinning van het cynisme. Toekomst is mogelijk, het goede kan overwinnen: kijk maar, het begint in een klein kindje. Het is weerloos en kwetsbaar. En toch breekt nieuwe toekomst door in dat kindje. In een klein en kwetsbaar kind begint iets nieuws, in een kind treedt God onze mensenwereld binnen. Het Kerstkind, ja elk mensenkind laat zien: het kan anders, de wereld kan anders worden; dit kleine kind maakt al een verschil.

Wat vandaag in de lezingen tegen David en tegen Maria wordt gezegd, wordt ook tegen ons gezegd: durf het aan, ga het avontuur aan, durf te leven, durf van toekomst te dromen, leg je pantser van cynisme af. Durf te geloven dat net dat ene pak Max Havelaarkoffie, dat ene Fair Tradeproduct, die ene baal eerlijke katoen verschil maakt. Ja, dat die voor mensen ver weg een opening vormen naar een hoopvolle toekomst, naar nieuw leven.
Misschien schrikken we ervan, zoals Maria. Want zo gemakkelijk is het niet, om in een wereld van cynisme te geloven in nieuw leven, in een nieuwe toekomst. Maar toch: het kan! Wees niet bang! Vrees niet. Want bij God is niets onmogelijk. Laten we met z’n allen vertrouwen in het avontuur van het leven. De toekomst begint vandaag.

 

Kom, doet u mee, we gaan iets nieuws beginnen. Het is al begonnen, merkt u het niet?